Een leven lang ontwikkelen en leren

Ons verhaal, wie zijn wij?

In 1973 werd de Volksuniversiteit Breda opgericht. Die is inmiddels uitgegroeid tot een middelgrote volksuniversiteit en een begrip in Breda en omstreken. Een leven lang leren is het motto van Volksuniversiteit Breda. Gestart als vrijwilligersorganisatie Volksuniversiteit de Brede Aa te Breda,  "De stichting stelt zich ten doel aan personen boven de leerplichtleeftijd, ongeacht vooropleiding of positie, de mogelijkheid te bieden zich te ontwikkelen en te vormen," zo staat het zo mooi omschreven in de oprichtingsstatuten.

Een leven lang leren zolang je er lol in hebt, zouden we nu zeggen. Het cursusaanbod is breed van opzet en niet diplomagericht. De stichting heeft geen winstoogmerk. Volksuniversiteit Breda is aangesloten bij de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen, Departement Breda.

Huiskamertje

De geschiedenis van de Volksuniversiteit Breda begon in een huiskamer, waar een kantoortje was gevestigd. Vijftig cursisten meldden zich dat eerste jaar aan. Er bleek in Breda en omstreken veel behoefte te bestaan aan een dergelijk initiatief want binnen vijf jaar waren er al ruim duizend cursisten per jaar. En dan gaat het snel. De Volksuniversiteit verhuist naar een echt kantoor, eerst aan de Torenpassage, later aan het Kerkplein en vanaf 1994 aan de Dr. van Mierlostraat. Tegenwoordig zit de Volksuniversiteit Breda in het grote pand van Nieuwe Veste aan de Molenstraat in het centrum van Breda. In 2010 ontving De Brede Aa, zoals de Volksuniversiteit toen heette, het kwaliteitskeurmerk voor Volksuniversiteiten. Sinds dat moment mag zij zich een erkende volksuniversiteit noemen.

Historie van de volksuniversiteiten

De Volksuniversiteit vindt haar oorsprong in Engeland in de tweede helft van de negentiende eeuw. Een kleine groep wetenschappers maakte zich zorgen over de verborgen tweedeling in de maatschappij: de kleine groep geschoolden en de grote groep van het gewone volk, 'de onwetenden', de mensen zonder opleiding. Een groot aantal docenten en studenten van Oxford deelden hun kennis met de arbeiders in Londens East End. Duitsland, België en Denemarken volgden snel dit voorbeeld.

Nut van 't Algemeen

In Nederland had je de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, dat onlosmakelijk is verbonden met de Volksuniversiteiten. De Maatschappij heeft vanaf de oprichting in 1784 de verbetering van het onderwijs als kernactiviteit beschouwd. Samen streven naar een verbetering van de samenleving is de doelstelling en hoe kun je de samenleving een betere dienst bewijzen dan door fors te investeren in het onderwijs, voor iedereen. Naast kleuterscholen, basisscholen en vervolgonderwijs werden ook opleidingsscholen voor onderwijzers en het Nutsseminarium voor pedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam gestart. Het Nutsbasisonderwijs is daar nu nog van over. Sinds 1984 is er vanwege de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen een Leerstoel in de Geschiedenis van het Onderwijs aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht.

De maatschappij staat niet alleen aan de wieg van de Nutsscholen, maar ook aan die van de Volksuniversiteiten. De eerste volksuniversiteit is ontstaan in de Amsterdamse wijk de Jordaan in 1913. De oprichter, sociaal demograaf Steinmetz, koos voor die naam omdat hij de aandacht wilde vestigen op de toegankelijkheid van de wetenschap voor het volk.

Na Amsterdam volgen er volksuniversiteiten in Groningen (1914), Tilburg (1915), Assen en Den Haag (1916), Rotterdam en Utrecht (1917). Kort na de Tweede Wereldoorlog kent het Volksuniversiteitswerk een bloeiperiode: het aantal groeit naar 65. Vooral talencursussen, speciaal voor (toekomstige) emigranten, waren erg populair. In de tweede helft van de jaren vijftig komt de groei tot stilstand, onder andere onder invloed van de televisie en de vele vormen van vrijetijdsbesteding die ontstaan. In 1965 wordt de stagnatie doorbroken: Volksuniversiteiten gaan zich richten op maatschappelijke ontwikkelingen. Er worden Nederlandse taalcursussen ontwikkeld voor gastarbeiders, speciale cursussen voor mensen met alleen lager onderwijs, alfabetiseringscursussen, cursussen op het gebied van de vrouwenemancipatie en daarnaast cursussen op het creatieve vlak.

 Inmiddels bestaan er ongeveer 68 Volksuniversiteiten in Nederland. In het totaal bereiken deze Volksuniversiteiten jaarlijks circa 250.000 cursisten.


Keurmerk

De afgelopen jaren werken de Volksuniversiteiten aan een 'kwaliteitskeurmerk'. Inmiddels voldoen 20 volksuniversiteiten aan de gestelde richtlijnen. In november 2010 ontving De Volksuniversiteit Breda het 'kwaliteitskeurmerk'. Sindsdien mag zij zich een 'erkende Volksuniversiteit' noemen.

In 2013 werd in Amsterdam 100 jaar Volksuniversiteitswerk groots gevierd. In 2023 viert Breda 50 jaar Volksuniversiteitswerk.

Het werk binnen de Volksuniversiteit is sterk afhankelijk van de inzet van vrijwilligers. In ongeveer de helft van de Volksuniversiteiten werken één of meer beroepskrachten. De cursussen worden gegeven door opgeleide docenten, die uit passie lesgeven.